mops puppies te koop


Geschiedenis van de
Mops

 

De Mopshond is zonder twijfel de eerste kleine dogachtige die als gezelschapshond in de mode raakte, en dan vooral bij een uitgelezen publiek. Vanaf het einde van de 16e eeuw heeft dit hondje namelijk bijna constant prinselijke, koninklijke en keizerlijke belangstelling genoten.

 

Over de herkomst van de Mopshond zijn de deskundigen het niet altijd eens geweest. Bekend is dat Willem de Zwijger (Prins van Oranje) altijd in het gezelschap van zijn Mopshonden verkeerde.

 

Zijn liefde voor de Mopshond gaf hij door aan zijn verwanten, met name aan Willem III. Toen die later koning van Engeland werd, bracht hij de Mopshond naar de overkant van het Kanaal. Mopshonden hebben overigens in de 18e eeuw als symbool gediend voor de prinsgezinden in hun strijd tegen de patriotten, die op hun beurt de Keeshond als zinnebeeld beschouwden. De vraag blijft natuurlijk waar Willem de Zwijger deze merkwaardige, kleine, dogachtige hondjes vandaan had gehaald. De veronderstelling dat ze door selectie (steeds kleiner fokken) zijn ontstaan uit grote dogachtigen, kan eigenlijk geen stand houden, ook al bestaan er zeldzame afbeeldingen van dogachtigen van een klein formaat. Een voorbeeld daarvan is het portret van Karel VI - koning van Frankrijk van 1380-1422 - waarop de koning in het gezelschap van een windhond en een kleine dog staat afgebeeld. Het is echter zo goed als zeker dat de Mopshond uit China stamt. In het begin van de 17e eeuw begonnen westerlingen namelijk handel te drijven met China, en de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie brachten kostbaar handelswaar mee. Dat handelswaar bestond niet alleen uit zijde en merkwaardige voorwerpen (chinoiserieën), maar ook uit kleine honden. Deze werden Paï genoemd, en waren de lievelingen van de Chinese keizers. Het kunnen in feite miniatuurvormen zijn geweest van de Tibetaanse Dog. Deze importen waren maar gedurende enkele tientallen jaren mogelijk. Onder de heerschappij van de Mandsjoe-keizers (vanaf 1644) sloot China zich namelijk hermetisch af voor het westen, een situatie die tot 1842 duurde.

 

 

De Mopshond vertoont niet alleen overeenkomsten met honden zoals de kortharige Pekingees, de Ha-pa en de Lo Sze, maar ook met Chinese beeldjes die een kleine draak voorstellen. Deze beeldjes werden gebruikt als bewakers van altaren en huizen. De nogal merkwaardig uitziende draak was samengesteld uit verschillende dieren. Hij werd in de regel 'Fo-hond' genoemd, ofwel 'van Boeddha'. Terwijl gewone stervelingen genoegen moesten nemen met deze beeldjes van brons, porselein, aardewerk of hout, vertoefden de keizers in het gezelschap van echte Fo-honden.

 

De zeer aannemelijke hypothese over de Chinese afkomst van de Mopshond staat lijnrecht tegenover die van Oberthur. Deze deskundige dacht aan een Egyptische herkomst, en beweerde dat dergelijke honden al aan de zijde van de farao's leefden. Hij heeft zijn theorie echter niet met bewijzen kunnen staven. Ook de Engelse kynoloog Clifford Hubbard wijst de Chinese herkomst af. Hij beschouwde de Mopshond als de heilige viervoeter van de Azteken. Al eerder had de Franse natuurhistoricus Buffon (1707-1788) gesteld dat de Mopshond een verkleining was van de 'Grand Danois' (Duitse Dog) en de 'Petit Danois'. Professor Reul, de bekende Belgische kynoloog uit het begin van de 20e eeuw, zag in de Mopshond een miniatuurvorm van de mastiff. Het is natuurlijk begrijpelijk dat bekende en minder bekende natuuronderzoekers en kynologen hebben getracht om dit ras onder te brengen in een classificatiesysteem dat zij aanhingen. Het was echter de Franse kynoloog en dierenarts Paul Mégnin, die als eerste op het idee kwam om de Mopshond te vergelijken met religieuze Chinese beeldjes. Hij heeft op die manier ongetwijfeld de eerste tip van de sluier opgelicht omtrent de herkomst van de Mopshond.

 

 

De Mopshond verspreidde zich in de 17e eeuw vanuit Nederland, België en Engeland over andere landen in Europa. Hij kwam niet bij gewone mensen terecht, maar uitsluitend bij koningen en notabelen. Deze mensen koesterden al eeuwenlang kleine gezelschapshonden, en de Mopshond voorzag in de behoefte aan iets nieuws. Hij was volkomen anders dan de rassen die zich tot op dat moment in de gunsten van de groten der aarde mochten verheugen: Dwergspaniels, Leeuwhondjes (Bichons) en Poedels. Omdat de Russische groothertoginnen de eersten waren die Mopshonden hadden, is weleens de gedachte geopperd dat de Mopshond van Russische herkomst zou kunnen zijn. Er bestaan talloze afbeeldingen van belangrijke personen uit de geschiedenis, die met één of twee Mopshonden aan hun zijde door een schilder werden vereeuwigd. Sommigen gaven zelfs opdracht om hun lievelingen alleen af te beelden. De Franse schilder JeanBaptiste Oudry moest bijvoorbeeld op verzoek van koning Lodewijk XV (18e eeuw) een portret van diens Mops maken. Ook Van Loo en Boucher hebben deze koninklijke Mopshond afgebeeld. In Engeland maakte onder meer William Hogarth verschillende schilderijen van zijn eigen Mopshond, terwijl Sir Joshua Reynolds Mrs. John Weyland portretteerde in gezelschap van haar Mopshond. Goya tenslotte maakte het beroemde portret van de Markiezin van Pontejos, met aan haar voet een fraaie Mopshond. Boze tongen beweerden wel dat de Mopshond zo populair was bij de dames, omdat zijn lelijkheid schril afstak bij hun schoonheid. Beter gezegd: deze dames leken mooier door het lelijke uiterlijk van de Mopshond.

 

 

De Mopshond mocht dan wel in de mode zijn, hij was echter niet erg wijd verspreid. Het was een exclusieve hond, maar dat kwam uiteraard omdat hij min of meer was voorbehouden aan mensen die tot de bevoorrechte klassen behoorden. Hij was ook uitermate duur in de aanschaf. Nadat de Engelsen China als het ware voor het Westen 'openbraken', in de tweede helft van de 19e eeuw, konden deze honden gemakkelijker naar Europa worden gehaald. Het kon dan ook niet uitblijven, of de Mopshond drong op grote schaal door in de gegoede stand. Hij werd één van de noodzakelijke attributen waarmee een dame uit welgestelde kringen zich omgaf. Dat nam zulke vormen aan, dat de Engelsman Dalziel in 1870 zei: 'De Pug (Engels voor Mopshond) is in enorme aantallen aanwezig, je ziet ze overal.' Toch werden er nog altijd hoge prijzen voor deze honden betaald. Een bepaald exemplaar bracht eens een bedrag van 150 pond sterling op, wat voor die tijd heel wat geld was.

 

Aan het einde van de 19e eeuw raakte de Mopshond 'uit'. Degenen die zich konden veroorloven om gezelschapshondjes te houden, gaven de voorkeur aan de Pekingees. Deze had ook een korte snuit, maar vooral zijn weelderige, lange vacht trok de aandacht. Overigens ontstond rond deze tijd de officiële kynologie, waardoor het scala aan kleine gezelschapshonden zich nog meer uitbreidde. Zo werden er ook verschillende kleine terriërrassen geselecteerd. Het een en ander luidde het verval van de Mopshond in, en dat duurde voort tot halverwege de 20e eeuw. De huidige Mopshonden stammen praktisch allemaal af van vier lijnen die van het einde van de 19e eeuw dateren. De eerste lijn is die van Lord en Lady Willoughby d'Eresby. Zij kochten hun eerste zilvergrijze, goed gerimpelde exemplaren van een variété-artiest, die de hondjes had gekocht toen hij op tournee was in Rusland. De tweede lijn is die van Charles Morrison. De derde lijn is van Mrs. Laura Layhew, de eigenaresse van de uit China afkomstige, abrikooskleurige dekreu Click. Deze reu komt op heel veel oude stambomen voor. Tot slot is er de lijn van Lady Brassey. Ook haar exemplaren kwamen uit China.

 

bron: mijn hond, mijn vriend